A A A

Historie

In de winter van 1909 stonden twee dijkbewoners te kijken naar ijsvermaak op een glad bevroren ringvaart. Twee eenvoudige mensen, die buren van elkaar waren. Koos Groen in 't Woud en Arie van den Broeck. Het speelde zich af voor de smederij aan de Lisserdijk. Zij keken naar de overkant van de vaart, daar waren kinderen met elkaar een wedstrijdje aan het schaatsen. De meesten van hen liepen op klompen en konden niet mee konden.

 

Een stuk verderop waren wat grotere jongens met een ander spel; in hun hand een wilgentak met op het eind een noest. Zij sloegen een stukje hout naar elkaar. Wat paartjes op houten rondrijders met opgerolde riem keurig op de wreef, zwierend langs de kleine huisjes op de dijk en zij schreven sierlijke krullen in het ijs. Bij dat mooie winterse plaatje keken die twee elkaar aan en mompelden "wat bij een ander mogelijk is, moet hier toch ook mogelijk zijn" en gingen naar de smederij. Handen wrijvend boven het nasmeulend smidsvuur smeedden zijn hun eerste plannen, en dat werd ringsteken als eerste wedstrijd.  Na een mok thee bonden zij de schaatsen onder en met de duwslee naar Rijpwetering want daar had Arie van den Broeck klanten zitten van zijn smederij. Toen de zon onder was en dat stukje ringvaart verlaten onder een sterrenhemel lag, keerde het tweetal terug in de smederij en bij een olielamp bekeken zij dat geleende vreemde voorwerp van ijsclub Rijpwetering. De volgende dag na de noodzakelijke werkzaamheden kwam het tweetal weer bij elkaar, bekeken dat holle voorwerp, de stokken met die spijker er doorheen en lieten de ringen in het apparaat zakken. Het werd daar ter plekke uitgeprobeerd en bij het doornemen van de spelregels kwam een andere buurman op bezoek en dat was Piet Hulsbos. Hij kwam als geroepen want dat ding moest tussen die twee palen hangen en dat ontbrak er nog aan.


Een paar uur later stond alles opgesteld op de Ringvaart, en het ijsfeest kon beginnen. Jan Bons, werknemer bij het gemaal de Leeghwater, kreeg de opdracht de dijk langs te gaan met wat er die middag doende was, en: "zegt het voort" werd een feit. De Kaagbewoners die zich schuil hielden achter het struikgewas en het riet om eerst de kat uit de boom te kijken begonnen er toen in te geloven. Een welgestelde boer Meiman van Huigsloterdijk had die middag alles gevolgd, stopte dat viertal wat toe en de prijzen kwamen net op tijd. Er werd die middag nog druk nagepraat en veel gelachen, maar opeens werd het angstig stil, iedereen keek richting Norremeer. Zij zagen zwarte rookwolken en hoorden gerommel als bij opkomend onweer. Twee ijsbrekers baanden zich een weg naar de Ringvaart, richting Haarlem en Amsterdam. De vaargeul werd opengebroken want het transport naar de steden moest doorgaan.


Een paar dagen na het succes vanuit de smederij, klonk weer: "Zegt het voort", hardrijden voor jong en oud bij de Hellegatsmolen, via de Sassenheimerpont kon men bij de baan komen. Aannemer Piet Hulsbos had met blokjes hout de baan keurig uitgezet en het succes kon niet op. Heel opvallend was toen, er deden steeds meer Kaagbewoners mee als deelnemer en ook als toeschouwer. Als antwoord op mijn vraag kreeg ik van een bejaarde dijkbewoner te horen: "Het was gewoon een buurtclubje en zij rommelden maar wat aan". Het was leuk en gezellig in een tijd toen er niets te beleven viel en daar ging het om. Maar in 1909 en wel op 2 januari won M. Hoekstra uit Warga de Elfstedentocht in 12 uur 50 minuten. In de bij ons ijsloze winters van 1910 tot 1912 bleef het bij praten in en rondom de smederij en toch was het C. de Koning uit Arnhem die de Elfstedentocht 1912 won in 11 uur 40 minuten. Echter het ijs in ons plassengebied kwam maar niet op de veilige dikte, wij bleven toen aan de grens van lichte vorst met veel sneeuw.  En zo rommelden zij voort, dat buurtclubje "bij ijs en weder dienende", tot in november 1914. De mannen van het eerste uur kwamen toen bijeen in het café van Hannes Loogman met vele anderen. Want het succes kent vele vaderen, maar de armoede blijft het stiefkind. In die novembermaand werd de IJsvereniging "Kagermeer" opgericht met als dagelijks bestuur: voorzitter Koos Groen in 't Woud, secretaris Piet Hulsbos en Cees Bruin als penningmeester en de bestuursleden B. Hoff en P. Bons. Er waren op dat moment 26 leden.


Bron: IJsclub Kagermeer 75 jaar door Piet Loogman